blog
door Jan Smits
Sherryvaten, een vleugje rook en 46% alcohol. Daar wordt mijn Nederlandse hart behoorlijk blij van.
Wij Nederlanders staan erom bekend dat we graag op de centen letten. Daar kan ik prima mee leven. Ik noem het liever gevoel voor een goede aankoop. En bij whisky zie ik daar graag iets voor terug in mijn glas. Het liefst meerdere keren. Benromach heeft al jaren een plekje in mijn whiskykast. De 10 jaar is een vertrouwde favoriet, dus toen deze nieuwe 12 jaar voorbijkwam, was mijn belangstelling snel gewekt. Volledig gerijpt in first-fill sherryvaten, gebotteld op 46%, niet koud gefilterd en zonder toegevoegde kleurstof. Voor iemand die houdt van sherry, een fijne structuur en een beetje rook klinkt dat als een bijzonder prettige kennismaking. Maar of een whisky zijn geld waard is, bepaal ik uiteindelijk met een glas in mijn hand. Wil ik nog eens inschenken? Wil ik hem aan een vriend laten proeven? En durf ik de fles gewoon open te trekken op een doordeweekse avond, zonder eerst een jubileum te moeten verzinnen? Soms is de gelegenheid namelijk heel eenvoudig: de dag zit erop, de stoel zit lekker en er is eindelijk even tijd voor een dram. Deze Benromach voelt voor mij als zo’n aankoop waar je niet lang over hoeft te twijfelen. Veel whiskyplezier in één fles. Mijn kast zou het waarschijnlijk waarderen als ik zulke beslissingen eerst even overlegde, maar die heeft helaas geen stemrecht.
“Er kan nog wel eentje bij.” Een overtuigend argument. Vooral als je niet gaat tellen hoe vaak ik het al gebruikt heb. En achter die fles zit bovendien een verhaal dat het waard is om even bij stil te staan. Daarvoor gaan we naar Forres, in Speyside. Benromach werd daar in 1898 gebouwd. Het hoofdstuk dat ons de huidige distilleerderij bracht, begon in 1993, toen het familiebedrijf Gordon & MacPhail de locatie kocht. Er volgde een restauratie en in 1998 gingen de deuren opnieuw open. Het idee was om een oudere stijl Speyside single malt terug te brengen: rijk, moutig en met een zachte invloed van turfrook. Bij Speyside denken we vaak aan fruit, honing en sherry. Toch hoort rook ook bij de geschiedenis van de regio. Turf werd vroeger gebruikt bij het drogen van gemoute gerst en liet zo zijn sporen achter in de whisky. Benromach houdt die verbinding met het verleden levend door licht geturfde mout te gebruiken. Dat vind ik een mooi onderdeel van whisky. Je proeft iets in je glas en ontdekt vervolgens dat die smaak je ook iets vertelt over hoe er vroeger werd gewerkt. Ook de mensen achter de whisky maken het interessant. Bij Benromach vertrouwen de distilleerders op hun zintuigen en ervaring. Ze gebruiken zowel brouwersgist als distilleerdersgist, en de vaten rijpen in traditionele dunnage warehouses. Dat zijn precies de details waardoor ik weer veel te lang blijf lezen. Je begint bij een nieuwe fles en zit een halfuur later uit te zoeken wat gist doet en waarom de vloer van een pakhuis ertoe doet. Ondertussen is de thee koud. Een heel normale hobby, vind ik zelf.

Al dat werk, al die keuzes en twaalf jaar geduld komen uiteindelijk samen in iets wat wij in een paar seconden kunnen inschenken. Daar mag je best even de tijd voor nemen. En dat heb ik gedaan. Tijd voor de Benromach 12 in het glas. Het gedeelte van het onderzoek waarvoor ik gelukkig gewoon kan blijven zitten.
Neus:
Een rijke binnenkomer met rozijnen, abrikoos en wat zoet rood fruit. Daarna komen toffee en honing, gevolgd door warm gebak met kaneel en een beetje cacao. Daaronder vind ik een moutigheid die aan biscuits doet denken, met iets aards en een vleugje leer. De rook loopt daar rustig tussendoor. Geef hem wat tijd en de verschillende geuren worden steeds makkelijker te herkennen. Zo’n glas waar ik eerst een tijdje aan blijf ruiken, terwijl ik eigenlijk al van plan was een slok te nemen.
Smaak:
Het mondgevoel valt meteen op: vol, licht olieachtig en mooi bedekkend. Fruitcake, sinaasappelschil en sappige rode bessen brengen zoetheid, met karamel en chocolade voor wat extra rijkdom. Vervolgens komen walnoten, geroosterd hout en warme kruiden naar voren. Kaneel, gember en een beetje zwarte peper geven hem wat pit. De rook doet me denken aan gloeiend hout, met een hartig randje dat goed past bij het fruit. Tussendoor blijft er genoeg frisheid over om het geheel levendig te houden.
Afdronk:
Middellang tot lang en geleidelijk wat droger. Het fruit en de zoetere smaken zakken langzaam weg, terwijl cacao, noten en kruidig eikenhout blijven hangen. Ook die aardse moutigheid en zachte rook zijn er nog. Een beetje citrus brengt frisheid, met helemaal achteraan iets licht verkoelends.
Er blijft genoeg over om tussen de slokken van te genieten. Handig, want meestal ben ik dan alweer aan het vertellen wat ik proef. Juist die combinatie bevalt me: het zoete fruit, een wat ruiger randje en een mondgevoel waardoor de smaken lekker blijven hangen. Een whisky voor een rustige avond, maar ook eentje die ik graag voor een vriend neerzet met de woorden: “Deze moet je even proberen.” Waarna ik waarschijnlijk veel te lang uitleg waarom. Dat krijg je erbij als je bij een whiskynerd op bezoek komt. De dram is gratis, het college onvermijdelijk.
Heb jij deze Benromach 12 al geproefd, of staat hij inmiddels op je verlanglijst?


